Bovenbouw: drie jaar naar de brugklas
Groep 6, 7 en 8 zijn alle drie klaar en te gebruiken. Groep 6 gaat over cijferen, breuken en werkwoordspelling; in groep 7 komen daar procenten, verhoudingen en schaal bij, en bij lezen het verschil tussen feit en mening; groep 8 rekent procenten terug en leert een tekst doorzien.
In alle drie de groepen leest je kind de opdrachten zelf. De vraag kun je laten voorlezen; de leestekst erboven blijft ongesproken, want dat lezen is juist de oefening. Per kind stel je in hoe ver de getallen gaan en hoe lang de teksten zijn.
Wat je kind per jaar oefent
Drie jaren die op elkaar voortbouwen: van cijferen en breuken naar procenten en verhoudingen, en daarna naar teksten die je moet doorzien.
- Breuken, kommagetallen en cijferen tot 100.000
- Werkwoorden schrijven en lange woorden
- Tussen de regels lezen en een antwoord bewijzen
- Procenten, verhoudingen en schaal
- Zinsdelen ontleden en de apostrof
- Feit en mening, en wie een tekst schreef
- Procenten terugrekenen en delen door kommagetallen
- Het werkwoord als bijvoeglijk naamwoord
- Betoog, ironie en twee teksten naast elkaar
Wat in alle drie de jaren hetzelfde blijft
- Je kind leest de opdracht zelf en kan de vraag laten voorlezen.
- Een leestekst blijft ongesproken: dat lezen is juist de oefening.
- Geen klok in beeld, geen cijfer en geen vergelijking met andere kinderen.
- Jij stelt in tot welk getal je kind rekent en hoe lang de teksten zijn.
Zit je kind in de bovenbouw?
Dan kun je vandaag beginnen. Alle drie de groepen zijn af, met alle vakken: rekenen, taal, spelling en lezen.